Verenigings-Fokreglement (VFR)
Nederlandse Vereniging Langhaar
(Duitse Staande Langhaar)

1. ALGEMEEN
1.1. Dit reglement voor de Nederlandse Vereniging “LANGHAAR”, hierna te noemen
de vereniging beoogt bij te dragen aan de behartiging van de belangen van het ras
Duitse Staande Langhaar zoals deze zijn verwoord in de statuten en het huishoudelijk
reglement van de vereniging. Dit Verenigings-Fokreglement (VFR) is goedgekeurd door
de algemene ledenvergadering van de vereniging op 23 juni 2013. Inhoudelijke
aanpassingen van het VFR kunnen uitsluitend plaatsvinden met instemming van de
algemene ledenvergadering van de Nederlandse Vereniging “LANGHAAR” op 12 juni 2016
en 10 juni 2017.
1.2. Dit Verenigingsfokreglement (VFR) geldt voor alle leden van de vereniging voor
de Duitse Staande Langhaar
1.3. Het bestuur van de vereniging verplicht zich, de door de Algemene Vergadering
van de Vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland vastgestelde
wijzigingen van het Kynologisch Reglement (KR), die betrekking hebben op dit
Verenigingsfokreglement, terstond hierin door te voeren. In tegenstelling tot het gestelde
in artikel 1.1 behoeven deze wijzigingen niet de goedkeuring van de algemene
ledenvergadering van de vereniging.
Dit ontslaat de individuele fokker niet van de plicht, zelf op de hoogte te zijn en te blijven
van recente wijzigingen in het KR, ook als het bestuur van de vereniging hier in gebreke
blijft.
1.4. Voor wat betreft de omschrijving van de in dit VFR genoemde definities gelden
de omschrijvingen zoals vastgelegd in het Huishoudelijk Reglement en het Kynologisch
Reglement van de Vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland.
1.5. Voor wat betreft de externe regelgeving gelden de regels zoals vastgelegd in
het Huishoudelijk Reglement en het Kynologisch Reglement van de Vereniging Raad van
Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland.
1.6. Inschrijving van een nest in de Nederlandse stamboekhouding (NHSB) door de
Vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland vindt plaats conform de
regels zoals vastgelegd in het Kynologisch Reglement.

2. FOKREGELS
Artikel VIII.2 KR in samenhang met regels van de vereniging.
2.1. Een teef mag niet worden gedekt door haar grootvader, haar vader, haar
broer, haar zoon of haar kleinzoon.
Pups, voortgekomen uit één van de genoemde combinaties, zullen niet in het NHSB
worden ingeschreven (Artikel VIII.2 KR en Artikel III.14 lid 1l KR)
Naast bovenstaande verwantschappen zijn ook de volgende combinaties niet toegestaan:
•Half-broer/Half-zus combinatie
2.2. Herhaalcombinaties:
Dezelfde oudercombinatie is maximaal 2 maal toegestaan.
2.3. Minimum leeftijd reu:
De minimale leeftijd van de reu op de dag van de dekking moet tenminste 24 maanden
zijn.
2.4. Aantal dekkingen:
De reu mag maximaal 2 geslaagde dekkingen per kalenderjaar verrichten met een totaal
van maximum 8 geslaagde dekkingen gedurende zijn leven.
Als geslaagde dekking geldt een dekking waaruit minimaal één levende pup is
voortgekomen en ingeschreven in het NHSB.
NB 1: In bijzondere omstandigheden zal een nest niet worden ingeschreven in het NHSB
(artikel III.14 KR). Ook dan wordt uitgegaan van een geslaagde dekking.
NB 2: indien sperma wordt gebruikt van de reu voor kunstmatige inseminatie (KI), telt
dit mee als een ‘dekking’.
2.5. Cryptorchide en monorchide: cryptorchide of monorchide reuen zijn
uitgesloten van de fokkerij.
2.6. Gebruik buitenlandse dekreuen: Wanneer een lid van de vereniging voor een
dekking een niet in Nederlands eigendom zijnde reu wil gebruiken dan dient deze te
voldoen aan de eisen zoals gesteld door de FCI erkende instantie, danwel de
rasvereniging in het land van domicilie. Mochten de buitenlandse regels minder zwaar
zijn dan de regels gesteld in dit VFR, dan gelden de regels uit dit VFR. Zie ook de
gezondheidsregels Hoofdstuk 4.
2.7. Kunstmatige inseminatie (sperma van levende en/of overleden
dekreuen): als een fokker voor een dekking het sperma gebruikt van een nog in leven
zijnde/of overleden dekreu, dan gelden voor deze dekking de regels van dit
Verenigingsfokreglement alsof het een natuurlijke dekking van de dekreu betreft.

3. WELZIJNSREGELS (Artikel VIII.1 KR)
3.1. Een teef mag niet worden gedekt vóór de dag waarop zij de leeftijd van 24
maanden heeft bereikt.
3.2. Een teef, waaruit niet eerder pups zijn geboren, mag niet worden gedekt na de
dag waarop zij de leeftijd van 72 maanden heeft bereikt.
3.3. Een teef, waaruit eerder pups zijn geboren, mag niet meer worden gedekt na de
dag waarop zij de leeftijd van 96 maanden heeft bereikt.
3.4. Een teef mag niet meer worden gedekt na de dag waarop haar vijfde nest is
geboren.
3.5. Een teef mag niet worden gedekt als deze dekking tot gevolg heeft dat tussen de
geboortes van twee opeenvolgende nesten van deze teef geen termijn van tenminste 12
maanden zit.

4. GEZONDHEIDSREGELS
4.1. Gezondheidsonderzoek (screening) ouderdieren: preventieve screening van
ouderdieren moet, als het gaat om door de Raad van Beheer opgestelde en/of
goedgekeurde geprotocolleerde onderzoeken, plaatsvinden door deskundigen die erkend
zijn door de Raad van Beheer conform de door de Raad van Beheer voor deze
onderzoeken opgestelde en/of goedgekeurde onderzoeksprotocollen.
4.2. Verplicht screeningsonderzoek. Op basis van wetenschappelijk onderzoek
zijn gezondheidsproblemen binnen het ras vastgesteld. In het kader van de preventie
van erfelijke afwijkingen moeten de ouderdieren vóór de dekking onderzocht worden op:
•Heup Dysplasie (HD)
•E-Locus (zie artikel 7.3)
•Oogafwijkingen d.m.v. ECVO oogtest, inclusief punt 8 (linea pectinatum abn.)
•Onderzoek schildklierregio op tumoren. Het onderzoek schildklierregio moet
binnen 12 maanden voorafgaand aan de datum van de dekking hebben
plaatsgevonden.
4.3. Aandoeningen: met honden die lijden aan een of meer van onderstaande
aandoeningen mag niet worden gefokt.
a. aantoonbaar en met verschillende partners, fokuitsluitende gebreken hebben
vererfd (dragers);
b. middelzware (HD-D) en zware (HD-E) heupdysplasie voor de teef; lichte (HD-C),
middelzware (HD-D) en zware (HD-E) heupdysplasie voor de reu;
c. epilepsie;
d. aangeboren doof- of blindheid;
e. hazenlip, gespleten gehemelte, kaakafwijkingen;
f. spontaan gescheurde kruisbanden;
g. osteochondrose dissecans (OCD) van het schoudergewricht
h. elleboogdysplasie complex (ED)
i. deze of andere chirurgisch gecorrigeerde aandoeningen.
j. tumoren in de schildklierregio: het is niet toegestaan te fokken met ouderdieren
die door de dierenarts door middel van palpatie zijn onderzocht in de
schildklierregio en niet vrij van tumoren zijn bevonden. De eigenaar is verplicht de
bevindingen via het door de NVL verstrekte formulier naar de FBC van de NVL te
sturen. Het onderzoek moet binnen 12 maanden voorafgaand aan de datum van
de dekking hebben plaatsgevonden. Dit geldt ook voor buitenlandse reuen.
k. lijders aan schildklierkanker of honden die hieraan zijn geopereerd.
l. erfelijke oogafwijkingen:
Uitsluitingen
a. MPP lens en andere vormen.
b. Distichiasis/ectopische cilie
c. Entropion
d. Glaucoom: lijders plus hun nakomelingen
e. LPA: ‘onbeslist’: occlusio. Niet-vrij: fibrae latae, laminae, occlusio.
f. Cataract, congenitaal en niet-congenitaal:
    * alle reuen die lijder zijn
    * teven die lijder of “voorlopig niet vrij” zijn en al nakomelingen hebben
gekregen mogen niet meer gebruikt worden in de fokkerij
g. Retina Dysplasie: geografisch en totaal
Toestaan:
a. MPP iris: optioneel, alleen toestaan in combinatie met een vrije partner
b. LPA ‘onbeslist’: fibrae latae en laminae: alleen toestaan in combinatie met een
vrije partner
c. Cataract, congenitaal en niet-congenitaal:
    * Aan teven die lijder of “voorlopig niet vrij” zijn toestemming verlenen
       voor een éénmalige succesvolle dekking x een vrije partner in de
       proefperiode van de genoemde 2 jaar.
d. Retina Dysplasie: (multi)focaal optioneel: alleen toestaan in combinatie met
een vrije partner
Overigen
Voor alle hierboven niet genoemde punten binnen het ECVO-oogonderzoek gelden
de eisen gesteld als omschreven in het document Breading Advise welke gevolgd
wordt door de ECVO dierenartsen.
Oogonderzoeken buitenlandse reuen of reuen van de Deutsch Deckrüdenliste die
niet aan de Nederlandse reueneisen voldoen.
a. Aan de Duitse Langhaar reuen van de Deutsch Deckrüdenliste dispensatie
(vrijstelling) verlenen voor het ECVO-oogonderzoek. Deze
dispensatie/vrijstelling is alleen mogelijk indien de teef die hiervoor
beschikbaar wordt gesteld voldoet aan de gestelde eisen van het VFR.
b. De Duitse Langhaar reu van de Deutsch Deckrudenliste die wel in het bezit is
van
een geldig ECVO-oogonderzoek met de daarbij behorende uitslagen dient te
voldoen aan de ECVO-eisen van de Nederlandse Vereniging “LANGHAAR”.
c. De Langhaar reuen vanuit andere landen dienen te voldoen aan het ECVOoogonderzoek
en de daarbij behorende uitslagen.
Het ECVO onderzoek moet binnen 12 maanden voorafgaand aan de datum van de
dekking hebben plaatsgevonden. Als uitzondering hierop geldt punt 8 (linea
pectinatum abn) dat slechts eenmaal per leven van hond moet worden
uitgevoerd.
4.4. Diskwalificerende fouten: met honden met één of meer van onderstaande
diskwalificerende fouten (volgens de rasstandaard) mag niet worden gefokt.
•?uiterlijke verschijningsvorm: honden met gebrekkige beenderensubstantie en
onvoldoende bespiering;
•?hoofd: honden met van het type afwijkende kopvormen;
•?ogen: Ectropion; Entropion, ook gecorrigeerde ooglidfouten;
•?gebit: ontbrekende tanden, voorbijten, onderbijten, kruisgebit;
•?afwijkend gedrag, zoals:
o algemene onrust, overactiviteit, nervositeit;
o schuwheid voor levend wild;
o panische angst voor onweer;
o angstig gedrag tegenover vreemden of in vreemde omgeving;
o angstbijten, ongemotiveerde agressie, ongecontroleerd bijten;
o schotschuwheid;
o janken, blaffen (op post) tijdens de jacht;
o watervrees

5. GEDRAGSREGELS
5.1. Karaktereisen: beide ouderdieren moeten voldoen aan de karaktereisen zoals
die in de rasstandaard zijn beschreven.
5.2. Verplichte gedragstest: voor dit ras is een verplichte gedragstest niet van
toepassing

6. WERKGESCHIKTHEID
6.1 Verplichte werkgeschiktheidstest: in Nederland geregistreerde ouderdieren
moeten in het bezit zijn van een certificaat waaruit blijkt dat ze hebben voldaan aan een
werkgeschiktheid test die heeft plaatsgevonden onder auspiciën van de Nederlandse
Vereniging “LANGHAAR”.
6.1.1 Voldoen de ouderdieren aan de minimale werkgeschiktheidseisen, zoals gesteld in
het Fokbeleid van de Nederlandse Vereniging “LANGHAAR”, dan wordt dit gelijk gesteld
aan het voldoen aan de werkgeschiktheidstest.

7. EXTERIEURREGELS
7.1. Kwalificatie: beide ouderdieren moeten minimaal 1 keer hebben deelgenomen
aan een door de Raad van Beheer en/of FCI gereglementeerde expositie. De reu dient
minimaal de kwalificatie Zeer Goed en de teef minimaal de kwalificatie Goed op elke
expositie te hebben behaald.
7.1.1. Deze kwalificatie dient op een door de Nederlandse Vereniging “LANGHAAR”
georganiseerde expositie te zijn behaald nadat de hond de leeftijd van 15 maanden heeft
bereikt of wanneer het een buitenlandse hond betreft op een door de rasvereniging, uit
het land van de eigenaar, georganiseerde expositie nadat de hond de leeftijd van 15
maanden heeft bereikt.
7.2 Fokgeschiktheidskeuring: beide ouderdieren moeten minimaal 1 keer hebben
deelgenomen aan een fokgeschiktheidskeuring georganiseerd door de rasvereniging
nadat de hond de leeftijd van 15 maanden heeft bereikt en daar minimaal de kwalificatie
“voldoet aan de rasstandaard” hebben behaald.
7.2.1 Het vorige lid geldt als alternatief voor 7.1 en 7.1.1
7.3 E-Locus: beide ouderdieren dienen getest te zijn op het E-locus.
Deze genotypering kan op twee verschillende manieren worden uitgevoerd:
1. Rechtstreeks via de E-locus DNA test via bloedafname
2. Niet-rechtstreeks via de genotypes van de ouderdieren. Indien beide ouderdieren
kunnen worden gegenotypeerd als zijnde vrij (EE) dan is de nakomeling eveneens
vrij en hoeft de DNA-test niet uitgevoerd te worden.
Honden die drager zijn van het gen, dus uitslag Ee hebben mogen tot 1 juli 2018 alleen
voor de fokkerij gebruikt worden indien de gekozen partner getest is en geen drager is
van het gen, dus EE als uitslag van de test heeft. Vanaf 1 juli 2018 mag niet meer gefokt
worden met ouderdieren die Ee als uitslag hebben.

8. REGELS AFGIFTE PUPS, WELZIJN PUPS
8.1. Ontwormen en enten: de fokker draagt zorg voor het deugdelijk ontwormen
en inenten van de pups volgens gangbare veterinaire inzichten en voor een volledig door
de dierenarts ingevuld en ondertekend Paspoort voor Gezelschapsdieren. De pups dienen
bij aflevering adequaat ontwormd te zijn en zij dienen voorzien te zijn van een unieke ID
transponder.
8.2. Aflevering pups: de pups mogen niet eerder worden afgeleverd dan op de
leeftijd van 7 weken. Tussen de eerste enting en de overdracht aan de nieuwe eigenaar
moeten minimaal 7 dagen zitten.

9. SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN
9.1. Dit reglement is niet van toepassing op nesten die geboren worden uit een teef
gedekt op of voor de dag waarop dit reglement in werking treedt.
9.2. Gezondheidsuitslagen, exterieur-, gedrags- en/of werkkwalificaties die zijn
afgegeven en/of voor de inwerkingtreding van dit reglement hebben plaatsgevonden,
worden geacht onder de werking van dit reglement te zijn inbegrepen.
9.3. In bijzondere gevallen kan de vereniging bij een besluit met betrekking tot het
toestaan van een bepaalde combinatie afwijken van dit VFR, indien de belangen van het
ras daardoor worden gediend. Een besluit op basis van dit lid wordt met redenen
omkleed naar de leden van de vereniging gecommuniceerd.

10. INWERKINGTREDING
10.1. Dit Verenigingsfokreglement treedt op de datum dat het VFR is goedgekeurd
door de Raad van Beheer in werking nadat het reglement is goedgekeurd door het
bestuur van de Raad van Beheer conform de artikelen 10 HR en VIII. 5+ 6 KR.

Aldus vastgesteld door de Algemene Ledenvergadering van de Nederlandse Vereniging
“LANGHAAR” (Duitse Staande Langhaar) d.d. 10 juni 2017.

Mevr. H.W. Rodenburg (Vice Voorzitter)
Waarnemend voorzitter NVL

Mevr. E.M.S. van den Belt-van der Kolk
NVL Secretaris NVL