Fokbeleid en Fokreglement Nederlandse Vereniging “LANGHAAR”


Het fokreglement is vastgesteld in de ALV van 18 juni 2011 te Asperen. De wijzigingen in het Basisreglement Stambomen (BRS) en Kynologisch Reglement (KR) van de Raad van Beheer en recente ontwikkelingen inzake de gezondheid en welzijn van rashonden gaven aanleiding tot een herziening.

Het reglement telt (nader te bepalen in uiteindelijke reglement) bladzijden, verdeeld in 4 hoofdstukken.

 

Hoofdstuk 1: Inleiding

Sinds 1984 kent de Nederlandse Vereniging “LANGHAAR” een fokbeleid en fokreglement.

De eerste herziening vond plaats in 1990 op voorstel van de Fokbegeleidingscommissie (FBC). De ALV van 1999 besloot dat er wijzigingen moesten komen aan het fokreglement en op 18 juni 2000 werd deze tweede herziening aangenomen door de ALV.
Op de ALV van 2010 heeft het bestuur en de ALV besloten het fokreglement aan te passen aan de nieuwe regels van de Raad van Beheer en tevens het reglement weer bij te werken op basis van voortschrijdend inzicht. Deze besluitvorming was voor het bestuur weer reden de FBC te verzoeken na te gaan of Fokbeleid en Fokreglement herziening behoefden.

Hoofdstuk 2: Uitgangspunten

2.1. “Het werk van de hond bepaalt zijn aard en bouw, niet in opsmuk of overdrijving maar in sobere bruikbaarheid ligt de schoonheid” (Ash: Dogs and their History).

2.2. Het Fokbeleid moet richtinggevend zijn voor de statutaire opdracht van de vereniging, namelijk de instandhouding en verbetering van het ras en is daarom bindend voor alle leden.

2.3. Het fokbeleid moet een zo breed mogelijk draagvlak in de vereniging hebben, enerzijds om te bevorderen dat alle fokkers er zich aan houden, anderzijds om de fokbasis zo ruim mogelijk te doen zijn.

2.4. De fokker is en blijft volledig verantwoordelijk voor zijn/haar fokproducten. De NVL, haar bestuurs- en commissieleden aanvaarden geen enkele aansprakelijkheid voor beoordelingen, keuringen, verklaringen, verstrekte inlichtingen en pupbemiddeling of anderszins, alles in de ruimste zin des woords.

2.5. Relevante wet- en regelgeving van de Nederlandse Staat en van de Raad van Beheer op Kynologisch gebied in Nederland behouden de voorrang boven dit reglement.

Hoofdstuk 3: Doelstellingen

3.1. De NVL stelt zich middels de fokkerij ten doel, de instandhouding van de ras- en geslachtstypische DSL, zonder erfelijk bepaalde gebreken en met behoud van zijn gezondheid, karaktervastheid en bruikbaarheid voor de jacht.

Hoofdstuk 4: Verzamelen, verwerken en verstrekken van gegevens

4.1. Voorlichting, progaganda en publiciteit

4.1.1 Voorlichting in het algemeen betreffende de fokkerij is rijkelijk beschikbaar in de literatuur. Daarnaast verschijnen regelmatig artikelen in de kynologische pers. Serieuze fokkers worden verondersteld daarvan kennis te nemen. Voorlichting ter zake de fokkerij in het bijzonder ons ras betreffende wordt gepubliceerd in ons Periodiek Verslag (PV).
Individuele voorlichting wordt op verzoek gegeven door (leden van) de FBC.

4.1.2 Wat betreft propaganda of reclame voor het ras, die vooral de kwantiteit bevordert, is terughoudendheid op zijn plaats, omdat de gebruiksmogelijkheden voor het ras, door recente wetgeving betreffende de jacht (Flora- en Faunawet), dreigen af te nemen.

4.1.3 De publiciteit omvat o.m. verslagen van alle LANGHAAR evenementen in het PV, waarmee elk verenigingslid individuele prestaties van LANGHAREN kan volgen en vergelijken.

4.2. Verzamelen, verwerken en verstrekken van gegevens

4.2.1 Verantwoord fokken is slechts mogelijk als de fokker kan beschikken over gegevens betreffende afstamming, vererving, gezondheid en gebruikswaarde van zijn fokdieren. Wat dat betreft is elke fokker afhankelijk van zijn collega-fokkers en van eigenaren en gebruikers van zijn fokproducten.

De FBC kan in dit verband “slechts” behulpzaam zijn, door bedoelde gegevens te verzamelen, systematisch te verwerken en aan belanghebbenden te verstrekken. Daarbij is de FBC niet verantwoordelijk voor de juistheid en volledigheid ervan, omdat daarvoor weer uitsluitend de fokkers kunnen instaan.

4.3. Fokbegeleiding.
Deze bestaat uit de volgende onderdelen: voorlichting en informatie; advisering; pupbemiddeling; nestbeoordeling; individuele beoordeling van fokdieren (o.m. reuenlijst en herplaatsingen.)

4.3.1. Voorlichting en informatie.Deze worden op verzoek mondeling (telefonisch) of schriftelijk gegeven.

4.3.2. Fokverklaring.Deze dienen tijdig, d.w.z. minimaal zes weken voor de te verwachten loopsheid worden aangevraagd, middels een aanvraagformulier. Een fokverklaring wordt schriftelijk of digitaal uitgebracht en blijft één jaar geldig.

4.3.2.1. Een fokverklaring wordt gemotiveerd en zal als regel concluderen tot één van de volgende mogelijkheden:
Verklaring:

  • “Positief”, ingeval de combinatie reglementair tot stand komt en beide fokdieren aan alle (verhoogde) normen voldoen;
  • “Geen bezwaar”, ingeval niet kan worden geconcludeerd tot een verklaring negatief, echter de FBC onvoldoende gegevens heeft voor een verklaring “positief”, evenwel voldoende vertrouwen heeft in de betreffende combinatie op basis van minimale normen;
  • “Negatief”, ingeval ernstig wordt afgeweken van het Fokreglement of de gestelde normen.

Omdat een fokverklaring (mede) afhankelijk is van door de fokker(s) verstrekte gegevens, kan de FBC niet instaan voor de juistheid en volledigheid ervan.

4.3.3. Pupbemiddeling dient om een aspirant koper in contact te brengen met een fokker, waarbij er naar wordt gestreefd om de aard van vraag en aanbod met elkaar in overeenstemming te brengen.

4.3.3.1 Bemiddeld wordt uitsluitend:

  • voor reglementair gefokte nesten;
  • waarvan alle vereiste gegevens bij de FBC zijn aangeleverd;
  • waarvan een verklaring “positief” of een verklaring van “geen bezwaar” is afgegeven
  • die middels een volledig ingevuld geboortebericht aan de FBC (pupbemiddeling) zijn gemeld.

4.3.3.2 Voor of door de aspirant koper wordt een pupaanvraagformulier ingevuld. Dit omvat enerzijds de wensen van de koper, anderzijds inlichtingen van de koper over hetgeen hij/zij de pup te bieden heeft, zoals: huisvesting, verzorging, uitloopmogelijkheid, gezelschap, gebruik, opvoeding, opleiding enz.

4.3.3.3 Aan de aspirant koper worden:

  • de nodige gegevens van beschikbare nesten met passend aanbod medegedeeld;
  • mededeling geschied in volgorde van de geboortedatum en tot een leeftijd van drie maanden;
  • als geen nesten met passend aanbod beschikbaar zijn, wordt de aspirant koper op een wachtlijst geplaatst, tot dat dit weer wel het geval is.

4.3.3.4 Wel is de FBC bereid te bemiddelen in geval van geschillen tussen koper en fokker.

4.3.3.5 Om geschillen zoveel mogelijk te voorkomen, ontvangen aspirant kopers, tegelijk met de pupinformatie een concept koopovereenkomst met de aanbeveling deze aan de fokker ter ondertekening voor te leggen.

4.3.4. Nestbeoordeling vindt plaats op de jaarlijks, door de NVL, te houden fokkersdagen(n).

4.3.4.1. Elke fokker is verplicht om jaarlijks zijn gefokte nesten te presenteren op de fokkersdag, compleet en vergezeld van de ouderdieren. Onvolledige nesten maakt een kwalitatieve beoordeling dubieus en het leveren van een bijdrage aan de bepaling van de fokwaarde der ouderdieren tot een illusie.

4.3.4.2. Het is wenselijk dat de pups minimaal negen maanden oud zijn en dat van hen individuele keurverslagen worden gemaakt.

4.3.4.3. Een fokkersdag dient aan de volgende eisen te voldoen:

  • zo mogelijk alle in aanmerking komende nesten dienen zich compleet met ouders te presenteren;
  • in voorkomend geval dient tevoren de fokker te hebben gemeld of pups zijn overleden en wat de doodsoorzaak was en/of de pups lijden of geleden hebben aan (een) erfelijk bepaald(e) gebrek(en);
  • van elk nest en zo mogelijk van elk individu dient een systematische beoordeling (toetsing aan de rasstandaard) plaats te vinden en een objectieve vaststelling van bevindingen;
  • eigenaren ontvangen kopie van het keurverslag van hun hond, fokker en eigenaar dekreu van het nest en van elk individu;
  • samenvattingen van de nestbeoordelingen worden gepubliceerd in het Periodiek Verslag (PV).

4.3.5. Reuenlijst
De FBC zal een lijst aanhouden en publiceren in het PV van reuen die aan de gestelde normen voldoen. In beginsel komen slechts op de lijst voorkomende honden voor gebruik als dekreu in aanmerking.
Eigenaren van reuen kunnen hun hond voor plaatsing op die lijst aanmelden, ook kunnen zij verlangen dat hun hond van de lijst wordt geschrapt.

4.3.5.1. Elke reu die aan de normen voldoet komt in principe voor plaatsing op de (voorlopige) reuenlijst in aanmerking. Plaatsing op die lijst houdt niet per definitie in een aanbeveling als dekreu.

4.3.5.2. Ter verbreding van de fokbasis verdient het aanbeveling dat fokkers aandacht besteden aan de door Deutsch Langhaar Verband gepubliceerde Deckrüdenliste.
Reuen van deze lijst worden als gelijkwaardig aan de Nederlandse beschouwd en overeenkomstig behandeld.

4.3.5.3. Het ter beschikking stellen van een reu dient voor de instandhouding en zo mogelijk verbetering van het ras. Om die reden kan de FBC:

  • een aangemelde reu afwijzen
  • een op de dekreuenlijst geplaatste reu beperkingen opleggen voor wat betreft het aantal dekkingen of voor het dekken van bepaalde teven
  • een op de dekreuenlijst geplaatste reu van de lijst afvoeren.

Van het voornemen daartoe stelt de FBC de fokker/eigenaar van de reu gemotiveerd in kennis. Handhaving van deze regels is in het belang van het ras en in het belang van de goede naam van de fokker en van de eigenaar van de dekreu.

4.3.5.4. Normering dekreu

dekreuenlijst
•    HD A of HD B
•    exterieur: U op een door de Raad van Beheer erkende tentoonstelling
•    veldwerk: ZG
•    KNJV-B diploma of apporteerwedstrijd G

Voorlopige dekreuenlijst
Ontbrekende of lagere resultaten kunnen gecompenseerd worden met overige bijzondere kwaliteiten met dien verstande dat de hond bewezen heeft vóór en na het schot aan de richtlijnen te voldoen.

4.3.5.5. Om op de dekreuenlijst geplaatst te kunnen worden dient de dekreu ten minste één keer beoordeeld en gecontroleerd zijn op functionele bouw en fokuitsluitende fouten door twee voor het ras bevoegde Nederlandse keurmeesters op een door de NVL georganiseerde exterieurkeuring, waarbij de eindbeoordeling “voldoet aan de rasstandaard” met kwalificatie “ZG“ moet zijn verkregen op de leeftijd van minimaal 15 maanden.

4.3.5.6 Om op de dekreuenlijst geplaatst te kunnen worden dient de dekreu getest te zijn op het Elocus gen dat de mutatie geel veroorzaakt.
Deze genotypering kan op twee verschillende manieren worden uitgevoerd:

  1. Rechtstreeks via de Elocus DNA test
  2. Niet-rechtstreeks via de genotypes van de ouderdieren. Indien beide ouderdieren kunnen worden gegenotypeerd als zijnde vrij (EE) dan is de nakomeling eveneens vrij en hoeft de DNA-test niet uitgevoerd te worden.

De uitkomst van de genotypering moet EE zijn, dat wil zeggen geen drager of lijder.

4.3.6. Herplaatsing
In het geval van een verzoek om herplaatsing, is de fokker de eerst aangewezene om een passende oplossing te bieden. Eventueel kan de FBC bemiddelen en/of een annonce in het PV uitkomst bieden. Verzoeken om herplaatsing worden behandeld door de pupbemiddeling.

4.3.6.1. In geval een hond wordt teruggenomen of overgeplaatst, verdient het aanbeveling de eigenaar een afstandsverklaring te laten tekenen.

4.5. Normering voor fokdieren NVL
Normering van gebruiks- en schoonheidseisen is een moeilijke materie. Zowel de instandhouding als de verbetering van het ras vereisen het gebruik van fokdieren, die aan de hoogste kwaliteit voldoen.
Echter, het stellen van kwaliteitsnormen is altijd willekeurig en de ervaring leert, dat slechts een deel van de LANGHAAR populatie aan wedstrijden, proeven en exposities deelneemt, laat staan aan alle drie de wedstrijdvormen. Dit leidt tot de conclusie, dat het verplicht stellen van het bezit van officiële kwalificaties, op het gebied van schoonheid en gebruik, het onvermijdelijk gevolg heeft van een smalle fokbasis.
In verenigingsverband moet deelname aan proeven, wedstrijden en exposities gestimuleerd moet worden, opdat zoveel mogelijk aanwezige kwaliteit bewezen wordt.
En voor de fokkerij geldt, dat het bezit van officiële kwalificaties een zwaarwegende aanbeveling is.

4.5.1. Voor de fokkerij worden slechts honden vrijgegeven, die gezond zijn en bij intensief jachtgebruik blijk geven te beschikken over uithoudings- en weerstandsvermogen.
Bovendien mogen zij geen fokuitsluitende gebreken vertonen en moeten zij voldoen aan de volgende minimale eisen.

4.5.2. De fokdieren moeten in type, verschijningsvorm en beharing beantwoorden aan de raskenmerken en mogen niet jonger zijn dan 24 maanden.

De minimale kwalificatie in type, verschijningsvorm en beharing is “Goed” voor de teef en “Zeer Goed” voor de reu, zonder lichamelijke gebreken als bedoeld in de rasstandaard.

Schouderhoogte :

  • reu 60-70 cm, ideale maat 63-66 cm;
  • teef 58-66 cm, ideale maat 60-63 cm.

Deze voor de fokkerij noodzakelijke exterieurkwalificatie is niet zonder meer vergelijkbaar met op exposities behaalde “schoonheidskwalificaties”. Daarom moet deze evenals de schouderhoogte en gebit op een clubmatch of fokkersdag van de NVL door een rasspecialist worden vastgesteld.

4.5.3. Als bewijs voor de aanleg en de geschiktheid ter jacht worden verlangd 1) een KNJV-diploma C voor de teef en KNJV-diploma B voor de reu
of
2) een kwalificatie van een apporteer- of veldwedstrijd. Als zodanig worden ook erkend de proeven van het Jachtgebrauchshundeverband (JGHV), met name VJP en HZP.

4.5.4 verplichte onderzoeken

4.5.4.1. Het resultaat van het Heupdysplasie-onderzoek mag niet slechter dan HD-C zijn voor de teef en niet slechter dan HD-B voor de reu.

4.5.4.2. Beide ouderdieren dienen getest te zijn op het Elocus.
Deze genotypering kan op twee verschillende manieren worden uitgevoerd:
1) Rechtstreeks via de Elocus DNA test
2) Niet-rechtstreeks via de genotypes van de ouderdieren. Indien beide ouderdieren kunnen worden gegenotypeerd als zijnde vrij (EE) dan is de nakomeling eveneens vrij en hoeft de DNA-test niet uitgevoerd te worden.
Honden die drager zijn van het gen, dus uitslag Ee hebben mogen tot 2018 alleen voor de fokkerij gebruikt worden indien de gekozen partner getest is en geen drager is van het gen, dus EE als uitslag van de test heeft.

4.5.5. Van de fokkerij zijn uitgesloten Langharen die niet aan de voorwaarden 4.5.1. t/m 4.5.4. voldoen.

Evenals honden waarbij sprake is van een of meer van de volgende fokuitsluitende gebreken:

  • lijden of geleden hebben aan (een) erfelijk bepaalde afwijking(en) (lijders);
  • aantoonbaar en met verschillende partners, fokuitsluitende gebreken hebben vererfd (dragers);
  • middel (HD +) en zware (HD ++) heupdysplasie;
  • PRA/Cataract;
  • epilepsie;
  • osteochondrose (OCD) of schouderkreupelheid;
  • spontaan gescheurde kruisbanden;
  • ontbrekende tanden, voorbijten, onderbijten, kruisgebit, (dubbele tanden gelden niet als fout);
  • ontbrekende teelballen (een- of tweezijdig cryptorchidie);
  • fouten van de oogleden (entropion of ectropion);
  • deze of andere chirurgisch gecorrigeerde ziekten;
  • afwijkend gedrag, zoals:
    • algemene onrust, overactiviteit, nerveusiteit;
    • schuwheid voor levend wild;
    • panische angst voor onweer;
    • angstig gedrag tegenover vreemden of in vreemde omgeving;
    • angstbijten, ongemotiveerde agressie, ongecontroleerd bijten;
    • schotschuwheid;
    • janken, blaffen (op post) tijdens de jacht;
    • watervrees.

4.5.6. Aanlegtest. Om Langharen, die geen voldoende prestaties geleverd hebben op proeven of wedstrijden toch voor de fokkerij te behouden, is op verzoek of voorstel ontheffing mogelijk van de eisen gesteld onder 4.5.3.

4.5.6.1. Annex aan een ander Langhaarevenement kan de mogelijkheid geboden worden voor het afleggen van een aanlegtest. Getest zullen in elk geval worden: schotgevoeligheid, waterwil, gedrag op post, gedrag voor wild en apporteerlust. De test wordt afgenomen door een veldwedstrijdkeurmeester, die van de test een verslag maakt en een aanbeveling voor de FBC.

4.5.6.2. Honden die voor de aanlegtest niet slagen kunnen nog eenmaal voor een herkansing worden aangeboden.

4.5.7. Honden die voldoen aan de normen vermeld onder 4.5.1. t/m 4.5.6 komen als combinatie in aanmerking voor een verklaring van “geen bezwaar”.

4.5.7.1. Voor een verklaring “positief” zijn de (verhoogde) normen respectievelijk voor:

  Teef: Reu:
HD: HD-A of HD-B HD-A of HD-B
Exterieur: ZG U
Veldwerk: G ZG
KNJV-diploma: B B
Apporteerwedstrijd: G G

4.5.7.1. Daarenboven kan het geleverde bewijs van “goede vererver” ook tot een verklaring “positief” leiden. Dit predicaat kan worden verworven op de jaarlijkse fokkersdag, na eventueel nakomelingenonderzoek.

4.6. Fokprocedure
Langharen die hun geschiktheid voor de fokkerij aangetoond hebben (zie 4.5.1. t/m/ 4.5.6.) worden in beginsel voor de fokkerij vrij gegeven. Met Langharen waarvoor dit niet geldt, mag door leden van de NVL op straffe van ontzetting uit het lidmaatschap, niet worden gefokt.

4.6.1. Wat te doen als u een nest wil fokken?

  • vraag drie maanden (min zes weken) voor de te verwachten loopsheid een fokaanvraagformulier aan bij de FBC.
  • stuur dit formulier volledig ingevuld, gedateerd, getekend en vergezeld van de gevraagde bescheiden terug.

U krijgt zo snel mogelijk antwoord in de vorm van een verklaring, vragen om nadere gegevens of een afspraak voor overleg of nader onderzoek.

4.6.2. Ervaren fokkers kunnen volstaan met een dekmelding, vergezeld van bescheiden die aantonen, dat de combinatie aan de normen voldoet
(zie 4.5.1 t/m 4.5.6. Fokverklaringen zijn geldig tot één jaar na dagtekening. Het bestuur van de NVL en de leden van de FBC stellen zich niet aansprakelijk voor de gevolgen van de verklaring.

4.6.3. Dekreuen

4.6.3.1. Het gebruik van dekreuen
Voor de fokkerij komen slechts reuen in aanmerking die aan de gestelde normen
(zie 4.5.1. t/m 4.5.6.) voldoen. Dat zijn reuen die op de (voorlopige) dekreuenlijst staan, op de Deckrüdenliste van DVL, of waarvan door de FBC is vastgesteld, dat ze aan de normen voldoen, maar waarvan de eigenaar om hem/haar moverende redenen van plaatsing op de dekreuenlijst afziet.

4.6.3.2. Aantal dekkingen
Een voor de fokkerij toegelaten reu mag, slechts 3 maal per kalender jaar voor dekkingen gebruikt worden. De dekkingen worden tot het jaar gerekend waarbinnen de nesten geboren worden.

In uitzonderlijke gevallen kan de FBC besluiten een onderbouwd voorstel tot eenmalige uitbreiding met één extra dekking aan het bestuur voor te leggen op verzoek van de eigenaar van de betreffende reu. Het bestuur zal daarna toetsen of de aanvraag in het belang van het ras is en bepalen of het aantal dekkingen mag worden uitgebreid.

4.6.3.3. Maximum aantal dekkingen
Een reu mag maximaal 12 nesten voortbrengen gedurende zijn leven.

In uitzonderlijke gevallen kan de FBC besluiten een onderbouwd voorstel tot eenmalige uitbreiding met één extra dekking aan het bestuur voor te leggen op verzoek van de eigenaar van de betreffende reu. Het bestuur zal daarna toetsen of de aanvraag in het belang van het ras is en bepalen of het aantal dekkingen mag worden uitgebreid.

4.6.3.4. Dekboek
Voor bezitters van dekreuen is het bijhouden van een “dekboek” verplicht.

4.6.4. Een voor de fokkerij toegelaten reu mag, aanvankelijk slechts driemaal binnen twaalf maanden voor dekkingen gebruikt worden. Daarna mag een dekreu binnen een kalenderjaar maximaal zesmaal voor de fokkerij worden ingezet. De dekkingen worden tot het jaar gerekend waarbinnen de nesten geboren worden. Na vastgestelde positieve vererving kan een dekreu door de FBC voor verdere paringen vrijgegeven worden. Voor bezitters van dekreuen is het bijhouden van een “dekboek” verplicht.

4.6.5. Fokteven

4.6.5.1. Periodiciteit nesten
Een tot de fokkerij toegelaten teef mag binnen een jaar slechts éénmaal werpen. Peildatum is de dag van de geboorte van het nest.

4.6.5.1.  Welzijnsregel

 Een teef mag op de datum van de dekking niet jonger zijn dan 24 maanden.

4.6.5.2. Aantal nesten
Het is in Nederland niet toegestaan dat een teef gedurende haar leven meer dan vijf nesten voortbrengt.

4.6.5.3. Maximum leeftijd 1e dekking teef
Een teef die haar eerste nest zal krijgen, mag niet gedekt worden na de dag waarop zij 72 maanden oud is geworden.

4.6.5.4. Teven mogen na ommekomst van hun achtste levensjaar niet meer voor de fokkerij gebruikt worden. Daarna mogen zij niet meer gedekt worden. Peildatum is de dekdatum.

4.6.6. De volgende combinaties van fokreu en fokteef zijn niet toegestaan:
a. Ouder / kind combinatie (combinatie P generatie / F1 generatie)
b. broer / zus combinatie (combinatie F generatie)
c. Grootouder/kleinkind combinatie (combinatie P generatie / F2 generatie)
d. Halfbroer / halfzus combinatie (combinatie F generatie)

4.6.8. Het door de eigenaar van een dekreu bij te houden dekboek moet alle gegevens over de diverse dekkingen bevatten. Deze gegevens zijn: datum van de dekking(en), plaats vond(en); naam van de teef met stamboomnummer; naam, adres en ondertekening van de fokker; het resultaat van de worp. Eventuele bijzonderheden zoals: doodgeboren of overleden pups met doodsoorzaak, direct na de geboorte geconstateerde afwijkingen en kleuren zoals bruin, bruin-wit, schimmel etc.

4.6.9. Bestuur en leden van de FBC hebben te allen tijde het recht inzage in het dekboek te verlangen

4.7. Fokbegeleidingscommissie

4.7.1. De FBC werkt, overeenkomstig de statuten van de NVL, onder verantwoordelijkheid van het bestuur. De FBC doet jaarlijks verslag aan de Algemene Vergadering.

4.7.2. De FBC bestaat uit 3 á 5 personen, die zeer vertrouwd zijn met het fokgebeuren binnen de NVL. Bovendien zijn kynologische- en veterinaire deskundigheid binnen de FBC gewenst.

4.7.3. De FBC is ondergeschikt aan het verenigingsbestuur en ondersteunt dit college in alle aangelegenheden de fokkerij betreffende.

4.7.4. De taak van de FBC is in het bijzonder:

  • het begeleiden van en toezien op het fokken van LANGHAREN, op basis van de rasstandaard en dit fokreglement;
  • het verzamelen en verwerken van gegevens m.b.t. de fokkerij en het beschikbaar stellen ervan aan belanghebbenden;
  • het bevorderen en zo mogelijk zelf uitvoeren van onderzoek naar gezondheids- en erfelijkheidsproblemen;
  • het gevraagd en ongevraagd adviseren van bestuur en leden (vergadering) over instandhouding en verbetering van het ras;
  • het in eerste instantie beslissen in geschillen over de uitleg van het fokreglement.

4.7.5. Tegen beslissingen van de FBC kan, binnen vier weken na dagtekening van het besluit, bezwaar gemaakt worden bij het bestuur van de NVL. Over het bezwaar wordt de volgende bestuursvergadering beraadslaagd en beslist.

4.8. Slotbepalingen

4.8.1. Fokkers en eigenaren van (dek)reuen verplichten zich, door hun lidmaatschap van de NVL,
om zich te houden aan de voorschriften van dit fokreglement, onder uitsluiting van de weg via de rechter.

4.8.2. Elk verenigingslid ontvangt een fokreglement. Het is, behalve in het rasbelang,
in het eigen belang van fokkers en eigenaren van (dek)reuen om zich aan de eisen en aanbevelingen van dit fokreglement te houden.

4.8.3. Vergrijpen/overtredingen van dit fokreglement kunnen, onder uitsluiting van de rechterlijke weg, gestraft worden met:

  • intrekking pupbemiddeling en/of
  • publicatie van het vergrijp/overtreding in het PV en/of
  • al of niet tijdelijk fokverbod en/of
  • ontzetting uit het lidmaatschap van de NVL.

Het bestuur van de NVL is, gehoord de FBC, bevoegd een dergelijk besluit te nemen.

4.8.4. De wederkerige rechten en plichten van eigenaren van fokteven en dekreuen zijn opgenomen in het kader van de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren,
in de fokreglementen van de overkoepelende organen Fédération Cynologique Internationale (FCI) en Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland (RvB) en zijn onverkort geldend.

4.8.5. De genoemde eigenaren zijn verplicht zich, over deze wet- en regelgeving en of ze onveranderd van kracht zijn, persoonlijk te informeren.
Overtredingen kunnen als boven aangegeven gestraft worden.

Dit fokreglement is vastgesteld in de Algemene Leden Vergadering van 18 juni 2011 te Asperen en vervangt alle voorgaande fokreglementen.