Fokbeleid Nederlandse Vereniging “LANGHAAR”

Op 18 juni 2011 heeft de Algemene Ledenvergadering (ALV) te Asperen het fokbeleid en fokreglement van de Nederlandse Vereniging “LANGHAAR” (NVL) vastgesteld. Op 23 juni 2013 heeft de ALV te Maarsbergen een nieuw Verenigingsfokreglement (VFR) vastgesteld conform het door de Raad van Beheer (RvB) voorgeschreven model. De onderdelen van het fokbeleid die niet door het VFR zijn overgenomen worden onverkort in dit document vermeld. Daaraan zijn als bijlagen toegevoegd de beschrijvingen van de op 23 juni 2013 door de ALV besloten Werkgeschiktheidstest (WGT) en Fokgeschiktheidskeuring (FGK). Dit document met bijlagen heeft de status van een reglement zoals bedoeld in artikel 43 van de statuten van de Nederlandse Vereniging “LANGHAAR” . De inhoud van dit document en bijlagen is overeenkomstig de besluiten genomen door de ALV op 18 juni 2011, 23 juni 2013, 28 juni 2014, 14 juni 2015, 12 juni 2016 en 10 juni 2017.

Hoofdstuk 1: Inleiding
Sinds 1984 kent de NVL een fokbeleid en fokreglement.
De eerste herziening vond plaats in 1990 op voorstel van de Fokbegeleidingscommissie (FBC). De ALV van 1999 besloot dat er wijzigingen moesten komen aan het fokreglement en op 18 juni 2000 werd deze tweede herziening aangenomen door de ALV. Op de ALV van 2010 heeft het bestuur en de ALV besloten het fokreglement aan te passen aan de nieuwe regels van de Raad van Beheer en tevens het reglement weer bij te werken op basis van voortschrijdend inzicht. Deze besluitvorming was voor het bestuur weer reden de FBC te verzoeken na te gaan of Fokbeleid en Fokreglement herziening behoefden. De eis van de RvB een VFR vast te stellen in het door de RvB voorgeschreven model leidde tot dit document náást het VFR in 2013. Aan dit document zijn de afspraken m.b.t. de WGT en FGK toegevoegd.

Hoofdstuk 2: Uitgangspunten
2.1. “Het werk van de hond bepaalt zijn aard en bouw, niet in opsmuk of overdrijving maar in sobere bruikbaarheid ligt de schoonheid” (Ash: Dogs and their History).
2.2. Het Fokbeleid moet richtinggevend zijn voor de statutaire opdracht van de vereniging, namelijk de instandhouding en verbetering van het ras als allround jachtgebruikshond en is daarom bindend voor alle leden.
2.3. Het fokbeleid moet een zo breed mogelijk draagvlak in de vereniging hebben, enerzijds om te bevorderen dat alle fokkers er zich aan houden, anderzijds om de fokbasis zo ruim mogelijk te doen zijn.
2.4. De fokker is en blijft volledig verantwoordelijk voor zijn/haar fokproducten. De NVL, haar bestuurs- en commissieleden aanvaarden geen enkele aansprakelijkheid voor beoordelingen, keuringen, verklaringen, verstrekte inlichtingen en pupbemiddeling of anderszins, alles in de ruimste zin des woords.
2.5. Relevante wet- en regelgeving van de Nederlandse Staat en van de Raad van Beheer op Kynologisch gebied in Nederland behouden de voorrang boven dit reglement.

Hoofdstuk 3: Doelstellingen
3.1. De NVL stelt zich middels de fokkerij ten doel, de instandhouding van de ras- en geslachtstypische Duitse Staande Langhaar (DSL) zonder erfelijk bepaalde gebreken en met behoud van zijn gezondheid, karaktervastheid en bruikbaarheid voor de jacht.

Hoofdstuk 4: Verzamelen, verwerken en verstrekken van gegevens
4.1. Voorlichting, propaganda en publiciteit
4.1.1 Voorlichting in het algemeen betreffende de fokkerij is rijkelijk beschikbaar in de literatuur. Daarnaast verschijnen regelmatig artikelen in de kynologische pers. Serieuze fokkers worden verondersteld daarvan kennis te nemen. Voorlichting ter zake de fokkerij in het bijzonder ons ras betreffende wordt gepubliceerd in ons Periodiek Verslag (PV). Individuele voorlichting wordt op verzoek gegeven door (leden van) de Fokbegeleidingscommissie (FBC).
4.1.2 Wat betreft propaganda of reclame voor het ras, die vooral de kwantiteit bevordert, is terughoudendheid op zijn plaats, omdat de gebruiksmogelijkheden voor het ras, door recente wetgeving betreffende de jacht (Flora- en Faunawet), dreigen af te nemen.
4.1.3 De publiciteit omvat o.m. verslagen van alle LANGHAAR evenementen in het PV, waarmee elk verenigingslid individuele prestaties van LANGHAREN kan volgen en vergelijken.
4.2. Verzamelen, verwerken en verstrekken van gegevens
4.2.1 Verantwoord fokken is slechts mogelijk als de fokker kan beschikken over gegevens betreffende afstamming, vererving, gezondheid en gebruikswaarde van zijn fokdieren. Wat dat betreft is elke fokker afhankelijk van zijn collega-fokkers en van eigenaren en gebruikers van zijn fokproducten.
De FBC kan in dit verband “slechts” behulpzaam zijn, door bedoelde gegevens te verzamelen, systematisch te verwerken en aan belanghebbenden te verstrekken. Daarbij is de FBC niet verantwoordelijk voor de juistheid en volledigheid ervan, omdat daarvoor weer uitsluitend de fokkers kunnen instaan.
4.2.2 Door de ALV is op 23 juni 2013 besloten dat de FBC bij het publiceren van nestaankondigingen en geboorteberichten in PV en op de website van de Vereniging de hoogste behaalde kwalificaties van de ouderdieren vermeldt. Onder deze kwalificaties vallen de uitslagen van b.v.: E-Locus, HD, ECVO, SJP diploma’s, exterieur/fokgeschiktheidskeuring, werkgeschiktheidstest, MAP, OWT, veldwerkwedstrijden,apporteerwedstijden, VJP, HZP, andere in buitenland behaalde kwalificaties enz.
4.3. Fokbegeleiding. Deze bestaat uit de volgende onderdelen: voorlichting en informatie; advisering; pupbemiddeling; nestbeoordeling; individuele beoordeling van fokdieren (o.m. reuenlijst en herplaatsingen.)
4.3.1. Voorlichting en informatie. Deze worden op verzoek mondeling (telefonisch) of schriftelijk gegeven.
4.3.2. Fokverklaring. Deze dienen tijdig, d.w.z. minimaal zes weken voor de te verwachten loopsheid worden aangevraagd, middels een aanvraagformulier. Een fokverklaring wordt schriftelijk of digitaal uitgebracht en blijft één jaar geldig.
4.3.2.1. Een fokverklaring wordt gemotiveerd en zal als regel concluderen tot één van de volgende mogelijkheden: Verklaring:
“Positief”, ingeval de combinatie reglementair tot stand komt en beide fokdieren aan alle (verhoogde) normen voldoen;
“Geen bezwaar”, ingeval niet kan worden geconcludeerd tot een verklaring negatief, echter de FBC onvoldoende gegevens heeft voor een verklaring “positief”, evenwel voldoende vertrouwen heeft in de betreffende combinatie op basis van minimale normen;
“Negatief”, ingeval ernstig wordt afgeweken van het VFR, fokbeleid of de gestelde normen.
Omdat een fokverklaring (mede) afhankelijk is van door de fokker(s) verstrekte gegevens, kan de FBC niet instaan voor de juistheid en volledigheid ervan.
4.3.3. Pupbemiddeling dient om een aspirant koper in contact te brengen met een fokker, waarbij er naar wordt gestreefd om de aard van vraag en aanbod met elkaar in overeenstemming te brengen.
4.3.3.1 Bemiddeld wordt uitsluitend:
voor reglementair gefokte nesten;
waarvan alle vereiste gegevens bij de FBC zijn aangeleverd;
waarvan een verklaring “positief” of een verklaring van “geen bezwaar” is afgegeven;
die middels een volledig ingevuld geboortebericht aan de FBC (pupbemiddeling) zijn gemeld.
4.3.3.2 Voor of door de aspirant koper wordt een pupaanvraagformulier ingevuld. Dit omvat enerzijds de wensen van de koper, anderzijds inlichtingen van de koper over hetgeen hij/zij de pup te bieden heeft, zoals: huisvesting, verzorging, uitloopmogelijkheid, gezelschap, gebruik, opvoeding, opleiding enz.
4.3.3.3 Aan de aspirant koper worden:
de nodige gegevens van beschikbare nesten met passend aanbod medegedeeld;
mededeling geschiedt in volgorde van de geboortedatum en tot een leeftijd van drie maanden;
als geen nesten met passend aanbod beschikbaar zijn, wordt de aspirant koper op een wachtlijst geplaatst, tot dat dit weer wel het geval is.
4.3.3.4 Wel is de FBC bereid te bemiddelen in geval van geschillen tussen koper en fokker.
4.3.3.5 Om geschillen zoveel mogelijk te voorkomen, ontvangen aspirant kopers, tegelijk met de pupinformatie een concept koopovereenkomst met de aanbeveling deze aan de fokker ter ondertekening voor te leggen.
4.3.4. Nestbeoordeling vindt plaats op de jaarlijks, door de NVL, te houden fokkersdag(en).
4.3.4.1. Elke fokker is verplicht om jaarlijks zijn gefokte nesten te presenteren op de fokkersdag, compleet en vergezeld van de ouderdieren. Onvolledige nesten maakt een kwalitatieve beoordeling dubieus en het leveren van een bijdrage aan de bepaling van de fokwaarde der ouderdieren tot een illusie.
4.3.4.2. Het is wenselijk dat de pups minimaal negen maanden oud zijn en dat van hen individuele keurverslagen worden gemaakt.
4.3.4.3. Een fokkersdag dient aan de volgende eisen te voldoen:
zo mogelijk alle in aanmerking komende nesten dienen zich compleet met ouders te presenteren;
in voorkomend geval dient tevoren de fokker te hebben gemeld of pups zijn overleden en wat de doodsoorzaak was en/of de pups lijden of geleden hebben aan (een) erfelijk bepaald(e) gebrek(en);
van elk nest en zo mogelijk van elk individu dient een systematische beoordeling (toetsing aan de rasstandaard) plaats te vinden en een objectieve vaststelling van bevindingen;
eigenaren ontvangen kopie van het keurverslag van hun hond, fokker en eigenaar dekreu van het nest en van elk individu;
samenvattingen van de nestbeoordelingen worden gepubliceerd in het Periodiek Verslag (PV).
4.3.5. Reuenlijst De FBC zal een lijst aanhouden en publiceren in het PV en op de website van reuen die aan de gestelde normen voldoen. Eigenaren van reuen kunnen hun hond voor plaatsing op die lijst aanmelden, ook kunnen zij verlangen dat hun hond van de lijst wordt geschrapt. Naast de op deze reuenlijst voorkomende reuen kunnen reuen die ten minste voldoen aan de minimale eisen van het Verenigingsfokreglement ingezet worden voor de fokkerij. Indien een reueigenaar de reu aanmeldt voor de reuenlijst dienen alle benodigde bewijsstukken meegestuurd te worden. Daarnaast is de reueigenaar ook zelf verantwoordelijk voor het doorgeven van wijzigingen.
4.3.5.1. Elke reu die aan de normen voldoet komt in principe voor plaatsing op de reuenlijst in aanmerking. Plaatsing op die lijst houdt niet per definitie in een aanbeveling als reu.
4.3.5.2. Ter verbreding van de fokbasis verdient het aanbeveling dat fokkers aandacht besteden aan de door Deutsch Langhaar Verband gepubliceerde Deckrüdenliste. Reuen van deze lijst worden als gelijkwaardig aan de Nederlandse beschouwd en overeenkomstig behandeld.
4.3.5.3. Het ter beschikking stellen van een reu dient voor de instandhouding en zo mogelijk verbetering van het ras. Om die reden kan de FBC:
een aangemelde reu afwijzen;
een op de reuenlijst geplaatste reu beperkingen opleggen voor wat betreft het aantal dekkingen of voor het dekken van bepaalde teven;
een op de reuenlijst geplaatste reu van de lijst afvoeren.
Van het voornemen daartoe stelt de FBC de fokker/eigenaar van de reu gemotiveerd in kennis. Handhaving van deze regels is in het belang van het ras en in het belang van de goede naam van de fokker en van de eigenaar van de reu.
4.3.5.4. Normering reuenlijst (de eisen gelden vanaf 1-1-2017)

Reu Categorie A Categorie B Categorie C
Werkeisen Voor het schot:

Veldwerk ZG

en

Na het schot:

SJP B of apporteerwedstrijd kwalificatie G

 

Dispensatie voor honden met VJP samen met HZP.

Voor het schot:

Veldwerkkwalificatie of WGT of VJP of HZP

en

Na het schot:

WGT, SJP diploma B of apporteerveldwedstrijd kwalificatie G of HZP

 

 

 

SJP diploma B of

Veldwerk- of apporteerwedstrijd kwalificatie

 

Dispensatie voor honden met VJP

 

 

 

 

Exterieur Deelname aan één door de Raad van Beheer of FCI gereglementeerde exposities. Deze vereiste kwalificatie dient op een door de Nederlandse Vereniging “LANGHAAR” georganiseerde expositie te zijn behaald nadat de hond de leeftijd van 15 maanden heeft bereikt.
Kwalificatie: U Kwalificatie: minimaal ZG Kwalificatie: minimaal ZG
Of Deelname Fokgeschiktheidskeuring (FGK) nadat de hond de leeftijd van 15 maanden heeft bereikt.

 

FGK Kwalificatie

ZG

FGK Kwalificatie: voldoet aan de rasstandaard

 

HD A of B A of B A of B
ECVO incl. punt 8 Zie VFR Zie VFR Zie VFR
Schildklier-regio Vrij van tumoren Vrij van tumoren Vrij van tumoren
E-locus EE EE of Ee mits teef EE

Deze laatste optie geldt tot 1 juli 2018

EE of Ee mits teef EE

Deze laatste optie geldt tot 1 juli 2018

Max. aantal dekkingen (totaal in zijn leven) 8 8 8
Max. aantal dekkingen per jaar 2 2 2

 

4.3.5.5. Om op de dekreuenlijst geplaatst te kunnen worden dient de dekreu ten minste één keer beoordeeld en gecontroleerd zijn op functionele bouw en fokuitsluitende fouten door twee voor het ras bevoegde Nederlandse keurmeesters op een door de NVL georganiseerde exterieurkeuring, waarbij de eindbeoordeling “voldoet aan de rasstandaard” met kwalificatie “ZG“ moet zijn verkregen op de leeftijd van minimaal 15 maanden.
4.3.6. Herplaatsing In het geval van een verzoek om herplaatsing, is de fokker de eerst aangewezene om een passende oplossing te bieden. Eventueel kan de FBC bemiddelen en/of een annonce in het PV uitkomst bieden. Verzoeken om herplaatsing worden behandeld door de pupbemiddeling.
4.3.6.1. In geval een hond wordt teruggenomen of overgeplaatst, verdient het aanbeveling de eigenaar een afstandsverklaring te laten tekenen.
4.4. Normering voor fokdieren NVL Normering van gebruiks- en schoonheidseisen is een moeilijke materie. Zowel de instandhouding als de verbetering van het ras vereisen het gebruik van fokdieren, die aan de hoogste kwaliteit voldoen. Echter, het stellen van kwaliteitsnormen is altijd willekeurig en de ervaring leert, dat slechts een deel van de LANGHAAR populatie aan wedstrijden, proeven en exposities deelneemt, laat staan aan alle drie de wedstrijdvormen. Dit leidt tot de conclusie, dat het verplicht stellen van het bezit van officiële kwalificaties, op het gebied van schoonheid en gebruik, het onvermijdelijk gevolg heeft van een smalle fokbasis. In verenigingsverband moet deelname aan proeven, wedstrijden en exposities gestimuleerd moet worden, opdat zoveel mogelijk aanwezige kwaliteit bewezen wordt. En voor de fokkerij geldt, dat het bezit van officiële kwalificaties een zwaarwegende aanbeveling is.
4.4.1. Als minimale werkgeschiktheidseisen zoals bedoeld onder 6.1.1 in het VFR worden verlangd:
SJP diploma C voor de teef en SJP diploma B voor de reu of
Veldwerk- of apporteerwedstrijd kwalificatie (Als zodanig worden ook erkend de proeven VJP/HZP)
4.4.2. Honden die voldoen aan de normen vermeld in het VFR komen als combinatie in aanmerking voor een verklaring van “geen bezwaar”.
Een verklaring van “geen bezwaar” krijgt men als zowel de reu als de teef voldoet aan een van onderstaande voorwaarden:
De hond één keer beoordeeld en gecontroleerd is op functionele bouw en fok uitsluitende fouten door twee personen op een door de Nederlandse Vereniging Langhaar georganiseerde fokgeschiktheidskeuring, waarbij de eindbeoordeling “voldoet aan de rasstandaard” moet zijn verkregen. Hierbij geldt dat één van de twee personen bevoegd moet zijn te keuren voor het ras. of
De hond minimaal één keer heeft deelgenomen aan een door de Raad van Beheer en/of FCI gereglementeerde expositie en de reu daar minimaal de kwalificatie Zeer Goed (ZG) en de teef minimaal de kwalificatie Goed (G) heeft behaald. De kwalificatie dient behaald te zijn op de clubmatch van de Nederlandse Vereniging “LANGHAAR” nadat de hond de leeftijd van 15 maanden bereikt heeft. Dan wel – waar het een buitenlandse reu betreft- op een door betreffende rasvereniging georganiseerde expositie. of
schriftelijk aangetoond kan worden dat de hond in het buitenland een erkende fokgeschiktheidskeuring met goed gevolg heeft afgelegd.
4.4.3. Voor een verklaring “positief” zijn de normen respectievelijk voor:

  Teef: Reu:
HD: HD-A of HD-B HD-A of HD-B
Elocus uitslag EE  EE
Exterieur: ZG U
Veldwerk: G ZG
SJP: diploma: B B
Apporteerwedstrijd: G G

 

ECVO oogtest, inclusief punt 8, linea pectinatum abn. **  Zie VFR Zie VFR
Onderzoek schildklierregio **  vrij  vrij

** 1 jaar geldig
4.4.3.1. Daarenboven kan het geleverde bewijs van “goede vererver” ook tot een verklaring “positief” leiden. Dit predicaat kan worden verworven op de jaarlijkse fokkersdag, na eventueel nakomelingenonderzoek.
4.5. Fokprocedure Langharen die hun geschiktheid voor de fokkerij aangetoond hebben (zie VFR en dit document) worden in beginsel voor de fokkerij vrij gegeven. Met Langharen waarvoor dit niet geldt, mag door leden van de NVL op straffe van ontzetting uit het lidmaatschap, niet worden gefokt.
4.5.1. Wat te doen als u een nest wil fokken?
vraag drie maanden (minimaal zes weken) voor de te verwachten loopsheid een fokaanvraagformulier aan bij de FBC.
stuur dit formulier volledig ingevuld, gedateerd, getekend en vergezeld van de gevraagde bescheiden terug.
U krijgt zo snel mogelijk antwoord in de vorm van een verklaring, vragen om nadere gegevens of een afspraak voor overleg of nader onderzoek.
4.5.2. Ervaren fokkers kunnen volstaan met een dekmelding, vergezeld van bescheiden die aantonen, dat de combinatie aan de normen voldoet (Zie VFR en dit document.) Fokverklaringen zijn geldig tot één jaar na dagtekening. Het bestuur van de NVL en de leden van de FBC stellen zich niet aansprakelijk voor de gevolgen van de verklaring.
4.5.3. Reuen
4.5.3.1. Het gebruik van reuen Voor de fokkerij komen slechts reuen in aanmerking die aan de gestelde normen (Zie VFR en dit document.) voldoen. Dat zijn reuen die op de reuenlijst staan, op de Deckrüdenliste van DVL, of waarvan door de FBC is vastgesteld, dat ze aan de normen voldoen, maar waarvan de eigenaar om hem/haar moverende redenen van plaatsing op de reuenlijst afziet. Ook buitenlandse reuen zoals bedoeld in artikel 2.6 van het VFR komen voor fokkerij in aanmerking.
4.5.3.2. Aantal dekkingen Een voor de fokkerij toegelaten reu mag op grond van artikel 2.4 van het VFR slechts 2 maal per kalender jaar voor dekkingen gebruikt worden. De dekkingen worden tot het jaar gerekend waarbinnen de nesten geboren worden. In uitzonderlijke gevallen kan de FBC besluiten een onderbouwd voorstel tot eenmalige uitbreiding met één extra dekking aan het bestuur voor te leggen op verzoek van de eigenaar van de betreffende reu. Het bestuur zal daarna toetsen of de aanvraag in het belang van het ras is en bepalen of het aantal dekkingen mag worden uitgebreid.
4.5.3.3. Dekboek Voor bezitters van reuen is het bijhouden van een “dekboek” verplicht.
4.5.3.4. Het door de eigenaar van een reu bij te houden dekboek moet alle gegevens over de diverse dekkingen bevatten. Deze gegevens zijn: datum van de dekking(en), waar de dekking plaats vond(en); naam van de teef met stamboomnummer; naam, adres en ondertekening van de fokker; het resultaat van de worp. Eventuele bijzonderheden zoals: doodgeboren of overleden pups met doodsoorzaak, direct na de geboorte geconstateerde afwijkingen en kleuren zoals bruin, bruin-wit, schimmel etc.
4.5.3.5. Bestuur en leden van de FBC hebben te allen tijde het recht inzage in het dekboek te verlangen
4.5.4. Artikel 9.3 van het VFR bevat een zogenaamde ‘hardheidsclausule’. Deze wordt uitsluitend toegepast bij besluit van het Bestuur op voordracht en advies van de FBC.
4.6. Fokbegeleidingscommissie
4.6.1. De FBC werkt, overeenkomstig de statuten van de NVL, onder verantwoordelijkheid van het bestuur. De FBC doet jaarlijks verslag aan de Algemene Vergadering.
4.6.2. De FBC bestaat uit 3 á 5 personen, die zeer vertrouwd zijn met het fokgebeuren binnen de NVL. Bovendien zijn kynologische- en veterinaire deskundigheid binnen de FBC gewenst.
4.6.3. De FBC is ondergeschikt aan het verenigingsbestuur en ondersteunt dit college in alle aangelegenheden de fokkerij betreffende.
4.6.4. De taak van de FBC is in het bijzonder:
het begeleiden van en toezien op het fokken van LANGHAREN, op basis van de rasstandaard , VFR en dit document;
het verzamelen en verwerken van gegevens m.b.t. de fokkerij en het beschikbaar stellen ervan aan belanghebbenden;
het bevorderen en zo mogelijk zelf uitvoeren van onderzoek naar gezondheids- en erfelijkheidsproblemen;
het gevraagd en ongevraagd adviseren van bestuur en leden (vergadering) over instandhouding en verbetering van het ras;
het in eerste instantie beslissen in geschillen over de uitleg van het VFR en dit document.
4.6.5. Tegen beslissingen van de FBC kan, binnen vier weken na dagtekening van het besluit, bezwaar gemaakt worden bij het bestuur van de NVL. Over het bezwaar wordt de volgende bestuursvergadering beraadslaagd en beslist.
4.7. Slotbepalingen
4.7.1. Fokkers en eigenaren van reuen verplichten zich, door hun lidmaatschap van de NVL, om zich te houden aan de voorschriften van dit fokreglement, onder uitsluiting van de weg via de rechter.
4.7.2. Elk verenigingslid ontvangt het VFR en dit document. Het is, behalve in het rasbelang, in het eigen belang van fokkers en eigenaren van reuen om zich aan de eisen en aanbevelingen van dit fokreglement te houden.
4.7.3. Vergrijpen/overtredingen van dit fokreglement kunnen, onder uitsluiting van de rechterlijke weg, gestraft worden met:
intrekking pupbemiddeling en/of
publicatie van het vergrijp/overtreding in het PV en/of
al of niet tijdelijk fokverbod en/of
ontzetting uit het lidmaatschap van de NVL.
Het bestuur van de NVL is, gehoord de FBC, bevoegd een dergelijk besluit te nemen.
4.7.4. De wederkerige rechten en plichten van eigenaren van fokteven en dekreuen zijn opgenomen in het kader van de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren, in de fokreglementen van de overkoepelende organen Fédération Cynologique Internationale (FCI) en Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland (RvB) en zijn onverkort geldend.
4.7.5. De genoemde eigenaren zijn verplicht zich, over deze wet- en regelgeving en of ze onveranderd van kracht zijn, persoonlijk te informeren. Overtredingen kunnen als boven aangegeven gestraft worden.
4.7.6. Aan dit document worden als onderdeel daarvan toegevoegd:
De beschrijving en bepalingen van de Werkgeschiktheidstest;
De beschrijving en bepalingen van de Fokgeschiktheidskeuring.
De inhoud van dit document en bijlagen is overeenkomstig de besluiten genomen door de Algemene Ledenvergadering op 18 juni 2011 te Asperen, 23 juni 2013 te Maarsbergen, 28 juni 2014 te Maarsbergen, 14 juni 2015 te Maarsbergen, 12 juni 2016 te Woudenberg en  14 juni te Woudenberg vervangt tezamen met het Verenigingsfokreglement de voorgaande fokreglementen .

E.M.S. van de Belt-van der Kolk (secretaris)

H.W. Rodenburg (waarnemend-voorzitter)

 

 

 

Bijlage 1 Werkgeschiktheidstest.
Op 23 juni 2013 heeft de Algemene Ledenvergadering van de Nederlandse Vereniging “LANGHAAR” besloten in te stemmen met de volgende voorstellen:
Het met betrekking tot de werkgeschiktheid in het Verenigingsfokreglement (VFR) opnemen van de volgende bepalingen:
3. WERKGESCHIKTHEID
6.1 Verplichte werkgeschiktheidstest: in Nederland geregistreerde ouderdieren moeten in het bezit zijn van een certificaat waaruit blijkt dat ze hebben voldaan aan een werkgeschiktheid test die heeft plaatsgevonden onder auspiciën van de Nederlandse Vereniging “LANGHAAR”.
6.1.1 Voldoen de ouderdieren aan de minimale werkgeschiktheidseisen, zoals gesteld in het Fokbeleid van de Nederlandse Vereniging “LANGHAAR”, dan wordt dit gelijk gesteld aan het voldoen aan de werkgeschiktheidstest.
Werkgeschiktheidseisen in Fokbeleid.
In het (te herschrijven) Fokbeleid van de Nederlandse Vereniging “LANGHAAR” als minimale werkgeschiktheidseisen op te nemen:
SJP diploma C voor de teef en SJP diploma B voor de reu of
Veldwerk- of apporteerwedstrijd kwalificatie (Als zodanig worden ook erkend de proeven VJP/HZP)
Werkgeschiktheidstest (WGT).
Het vaststellen van de hierna beschreven verplichte werkgeschiktheidstest (WGT) :
Inleiding:
Op aanvraag van het bestuur heeft een werkgroep gekeken wat de mogelijkheden zijn voor een aanleg- /werktest, welke als doelstelling heeft om ervoor te zorgen dat de fokbasis verbreed wordt, zonder dat de werkeigenschappen van onze Langharen hierbij verloren gaan.
Werkgeschiktheidstest (WGT):
Ten minste twee keer per jaar organiseert de vereniging een WGT. In het voor- en najaar mits er minimaal 5 honden( i.v.m. kosten) zijn aangemeld voor deze aanlegtest. Voor deze WGT zal een bijdrage worden gevraagd voor deelname.
Daarnaast wordt er, bij voldoende aanmelding ook een oefendag voor voorjagers en hun hond georganiseerd.
Doelstelling/verwachting is dat er jaarlijks zo’n 50 á 60 langharen aan deze test mee gaan doen, welke /als ze ook voldoen aan de andere eisen van het VFR- voor de fokkerij ingezet kunnen worden.
Eisen aan Duitse Staande Langharen die aan deze test mogen deelnemen zijn:
Toegelaten worden Duitse staande Langharen , die op de dag van de proef ouder dan 9 maanden zijn tot en met de leeftijd van 6 jaar.
Die op de dag van de inschrijving zijn ingeschreven in het Nederlands Honden Stamboek (NHSB) of waarvoor op de dag van de test de inschrijving in het NHSB is aangevraagd en niet is geweigerd (De eigenaar dient een schriftelijk bewijs van aanvraag bij de test te overleggen.)
Een hond kan maximaal tweemaal aan deze test meedoen.
Omschrijving Werkgeschiktheidstest:
Tijdens de werkgeschiktheidstest worden de volgende onderdelen beoordeeld:
Voorstaan op levend wild
Gebruik van de neus
Apporteerwil
Waterwil
Werkwil (will to please)
Dresseerbaarheid
Schotvastheid
Karakter en gedrag
Voorstaan op levend wild. Dit te realiseren door levend wild te verstoppen in een singel of rietkraag en zo de hond tot voorstaan te laten komen. Deze zal dit zonder lijn, d.m.v. zelfstandig zoeken tot voorstaan moeten komen.
Gebruik van de neus, wordt tijdens meerdere onderdelen beoordeeld.
Apporteerwil. Apport met wild, waarvan één keer veer- en haarwild dient te zijn. Dit op een zekere afstand van de voorjager.
Waterwil/-vrees, wordt getest door de hond veerwild uit het water te laten apporteren. ( Zodanig dat de hond vrij moet zwemmen om het apport te halen.)
Werkwil (will to please), wordt tijdens meerdere onderdelen beoordeeld.
Dresseerbaarheid, wordt tijdens meerdere onderdelen beoordeeld.
Schotschuwheid, dit te testen door middel van een jachtgeweer of een soortgelijke. Dit te realiseren door de hond vrij te laten lopen in het veld en zo te beoordelen hoe de reactie is op het schot.
Karakter en gedrag, wordt tijdens meerdere onderdelen beoordeeld. Honden die zich ten opzichte van andere honden, en of mensen agressief gedragen worden uitgesloten van verdere deelname.
Uitwerking Werkgeschiktheidstest:
Apport te land met konijn
Apport uit water met eend
Zoekwijze en voorstaan op levend wild
Schottest
Dresseerbaarheid
Karakter en gedrag

Apport met konijn. Het konijn wordt opgeworpen op een afstand van ± 25 meter. De voorjager wacht met zijn hond, los of aangelijnd, op het teken van de keurmeester om zijn/haar hond het konijn te laten apporteren. Dit zonder schot. De proef is voldoende afgelegd als de hond het konijn zelfstandig opneemt en bij de voorjager brengt. De proef is onvoldoende afgelegd door de hond als deze het konijn weigert aan te nemen of het konijn aansnijdt, begraaft, verstopt of beschadigt.
Apport uit water met eend. De eend wordt in het water geworpen, op die manier dat de hond zeker moet zwemmen om de eend te apporteren. De voorjager staat aan de waterkant, de hond los of aangelijnd, wacht op het teken van de keurmeester om zijn/haar hond in te zetten en de eend te laten apporteren. Dit zonder schot. De proef is voldoende afgelegd als de hond de eend zelfstandig opneemt en bij de voorjager brengt. De proef is onvoldoende afgelegd door de hond als: Deze weigert te water te gaan weigert de eend aan te nemen of de eend aansnijdt of beschadigt.
Zoekwijze en voorstaan op levend wild. In een open veld met enige begroeiing en of een aanwezige singel zal een fazant gekooid neergezet worden. Dit op een wijze zodat het voor de hond haalbaar is om verwaaiing te krijgen maar niet de mogelijkheid krijgt bij of aan de gekooide fazant te komen. De hond zal los voorgejaagd moeten worden en laten zien dat hij graag wil zoeken en gebruik maakt van de wind. Is het voor de keurmeester duidelijk dat de hond duidelijk met de wind en geuren bezig is,( de neus gebruikt ) en uiteindelijk tekent door middel van ‘staan’, mag men stellen dat hier een voldoende voor gegeven wordt. Of de proef is voldoende of onvoldoende is afgelegd, is aan de keurmeester ter beoordeling.
Schottest. Hier zal de hond vrij rond mogen lopen met zijn baas wanneer het schot wordt gelost. Er zal twee keer geschoten worden om te kijken of de hond schotvast is. Ook moet de hond laten zien dat hij opmerkzaam is wanneer het schot valt. Honden, die niet schotschuw of overgevoelig voor het schieten zijn hebben deze test met goed gevolg afgelegd. Schotschuwheid en of overgevoeligheid voor het schieten kan zich onder meer openbaren door “er angstig vandoor te gaan” of “zich uit angst proberen te verbergen”. Indien de keurmeester twijfelt omtrent de uitslag, is hij bevoegd de test, na ongeveer 30 minuten, opnieuw te laten afleggen.
Dresseerbaarheid. Hier wordt over de gehele dag gekeken hoe de hond zich gedraagt. Er wordt verwacht dat de hond niet onophoudelijk aan de lijn trekt. De hond mag niet piepen of janken c.q. blaffen wanneer hij/zij bij een proef staat ( ingezet wordt ) of moet wachten.
Karakter en gedrag. Bij karakter en gedrag zal er gekeken worden hoe de hond zich gedraagt in de groep. Er wordt verwacht dat de hond sociaal gedrag laat zien, verdraagzaam is naar andere honden.
 

Bijlage 2 Fokgeschiktheidskeuring.
Op 23 juni 2013 heeft de Algemene Ledenvergadering van de Nederlandse Vereniging “LANGHAAR” besloten in te stemmen met de volgende voorstellen:
Het met betrekking tot de exterieurregels in het Verenigingsfokreglement (VFR) opnemen van de volgende bepalingen:
4. EXTERIEURREGELS
7.1. Kwalificatie: beide ouderdieren moeten minimaal 2 keer hebben deelgenomen aan een door de Raad van Beheer en/of FCI gereglementeerde expositie en daar minimaal de kwalificatie (zie 7.1.1) op elke expositie hebben behaald..
7.1.1 De reu dient minimaal de kwalificatie Zeer Goed en de teef minimaal de kwalificatie Goed op twee van de door de Raad van Beheer en/of FCI gereglementeerde exposities te hebben behaald.
7.1.2 Minimaal één van de vereiste kwalificaties dient op een door de Nederlandse Vereniging “Langhaar” georganiseerde expositie te zijn behaald, of wanneer het een buitenlandse hond betreft op een door de rasvereniging, uit het land van de eigenaar, georganiseerde expositie.
7.2 Fokgeschiktheidskeuring:beide ouderdieren moeten minimaal 1 keer hebben deelgenomen aan een fokgeschiktheidskeuring georganiseerd door de rasvereniging en daar minimaal de kwalificatie “voldoet aan de rasstandaard” hebben behaald.
7.2.1 Het vorige lid geldt als alternatief voor 7.1, 7.1.1 en 7.1.2
Fokgeschiktheidskeuring in Fokbeleid.
In het (te herschrijven) Fokbeleid van de Nederlandse Vereniging “LANGHAAR” op te nemen:
Fokgeschiktheidkeuringseisen:
Een verklaring van “geen bezwaar” krijgt men als zowel de reu als de teef voldoet aan een van onderstaande voorwaarden:
De hond één keer beoordeeld en gecontroleerd is op functionele bouw en fok uitsluitende fouten op een door de Nederlandse Vereniging Langhaar georganiseerde fokgeschiktheidskeuring, waarbij de eindbeoordeling “voldoet aan de rasstandaard” moet zijn verkregen door twee voor het ras bevoegde keurmeesters, of
Tot deze wijziging is besloten tijdens de ALV in 2015.
De hond minimaal twee keer heeft deelgenomen aan een door de Raad van Beheer en/of FCI gereglementeerde expositie en de reu daar minimaal de kwalificatie Zeer Goed (ZG) en de teef minimaal de kwalificatie Goed (G) heeft behaald. De kwalificaties mogen niet zijn afgegeven door eenzelfde keurmeester en ten minste één van de kwalificaties dient behaald te zijn op de clubmatch van de Nederlandse Vereniging “LANGHAAR” nadat de hond de leeftijd van 15 maanden bereikt heeft. Dan wel – waar het een buitenlandse reu betreft- op een door betreffende rasvereniging georganiseerde expositie. of
schriftelijk aangetoond kan worden dat de hond in het buitenland een erkende fokgeschiktheidskeuring met goed gevolg heeft afgelegd.
Definitie Fokgeschiktheidskeuring
De fokgeschiktheidskeuring bestaat uit een aantal minimale eisen waaraan de Duitse Staande Langhaar moet voldoen om voor de fokkerij gebruikt te mogen worden. Met deze minimale eisen zal aangetoond worden dat de hond voldoet aan de eisen gesteld in de ras beschrijving voor de Duitse Staande Langhaar (FCI 117).
Voorwaarden voor deelname aan de fokgeschiktheidskeuring
Toegelaten worden Duitse Staande Langharen, die op de dag van de keuring 15 maanden of ouder zijn.
De hond moet op de dag van de inschrijving zijn ingeschreven in de Nederlandse stamboekhouding, of waarvoor op de dag van de test de inschrijving in de Nederlandse stamboekhouding is aangevraagd en niet is geweigerd. (De eigenaar dient een schriftelijk bewijs van aanvraag bij de test te overleggen).
Een hond kan in beginsel maximaal eenmaal aan deze keuring meedoen, de vereniging kan dispensatie verlenen voor een tweede keer.
Omschrijving Fokgeschiktheidskeuring
Tijdens de fokgeschiktheidskeuring worden de volgende onderdelen beoordeeld:
op gezondheid en vitaliteit door een dierenarts
op karakter, gedrag en type door een zeer ervaren Duitse Staande Langhaar kenner
op functionele bouw en gangwerk door een voor het ras bevoegde binnen- of buitenlandse keurmeester waarbij de kwalificatie “voldoet aan de rasstandaard” moet zijn verkregen op de leeftijd van minimaal 15 maanden.
Uitvoering Fokgeschiktheidskeuring
De keuring wordt gehouden indien minimaal 5 honden zijn aangemeld;
De keuring wordt 2 maal per jaar georganiseerd, één maal in het voorjaar en één maal in het najaar;
De keuring wordt afgenomen door twee voor het ras bevoegde keurmeesters;
Aan de deelnemers zal een vergoeding voor deelname gevraagd worden.